Het lerarentekort als systeem

De kaart hierboven is een werkend simulatiemodel, geen illustratie. Klik op een actorvlak om de onderliggende variabelen uit te klappen, klik op een feedbackloop in de legenda om het circuit uit te lichten, en draai aan de zes beleidsknoppen: het model — gekalibreerd op DUO- en CBS-data 2013–2025 — wordt live in de browser doorgerekend. De dikte van elke pijl is de gekalibreerde impact van die relatie in het basispad.

De vraag

Welke interventies hebben, mét alle feedbackloops actief, de grootste invloed op het lerarentekort in het primair onderwijs in 2030 en 2035: salarisverhoging, taakreductie, begeleiding van starters, zij-instroom, deeltijders verleiden tot meer uren, of de klassennorm oprekken?

De hypothese vooraf: parameterinterventies zoals salaris scoren laag zolang de werkdrukspiraal intact is, en loopbrekende interventies (taakreductie, startersbegeleiding) scoren hoog.

De aanpak

Het model is een klassiek stock-flow-model: pabo-studenten in vier cohortjaren, zij-instromers in een traject van anderhalf jaar, startende en ervaren leraren, en drie "zachte" grootheden (werkdruk, beroepsimago, imago bij studiekiezers). Zes feedbackloops verbinden ze — van de versterkende werkdrukspiraal (R1: tekort → werkdruk → uitval → groter tekort) tot de balancerende zij-instroomrespons (B2).

Elke parameter heeft een bron en een onzekerheidsmarge; zes vrije parameters zijn gefit op vier onafhankelijke datareeksen tegelijk (pabo-instroom, uitstroompercentage, personeelsomvang, tekortmetingen), met 2023–2025 als controleperiode. Het model reproduceert de historische knik — het tekort dat na 2016 versnelt — zonder dat die erin is gestopt.

Kalibratie van het model op vier datareeksen, 2013-2025

Drie dingen dwong de data af die niet in het oorspronkelijke ontwerp zaten. Ten eerste: het tekort is vraag-gedreven, niet aanbod-gedreven — de werkgelegenheid in het po steeg tussen 2015 en 2024 met twaalf procent (werkdrukakkoord, Nationaal Programma Onderwijs) terwijl het aantal leerlingen daalde. Ten tweede: de pabo-instroom stéég juist toen het tekort opliep; naast de negatieve imagoloop bestaat er een positieve baankansloop. Ten derde: pabo en zij-instroom dekken samen maar een derde van de bruto instroom — herintreders en andere routes doen de rest.

Wat eruit komt

De impactscores per knop (partiële rangcorrelaties over tweeduizend modelruns, met onzekerheidsmarges):

PRCC-impactscores per beleidsknop op het tekort in 2030 en 2035

Drie lessen:

  1. Salaris is op elke horizon de zwakste knop. In 2030 is het effect vrijwel nul — een salarisverhoging moet eerst door vier jaar opleiding en een jaar cao-vertraging heen. De hypothese klopte op dit punt.
  2. De loopbrekers scoren middelmatig, niet hoog. Taakreductie en startersbegeleiding werken via de werkdrukspiraal — maar de kalibratie vindt die spiraal op landelijk niveau zwakker dan verwacht: de uitstroom dáálde juist in de jaren dat het tekort het hardst opliep. Hier verwierp de data de hypothese.
  3. De sterkste "knop" is een boekhoudkundige. De klassennorm oprekken laat het tekort op papier verdampen, maar vergroot de klassen en voedt daarmee de werkdruk. Van de echte aanbodknoppen doen deeltijdbonus en zij-instroom het meest, omdat ze direct en snel op de fte-balans werken.
Scenario's 2026-2040 voor tekort, klassengrootte en onbevoegd gegeven lessen

En één waarschuwing die belangrijker is dan de knoppenranking: het dal in het tekort rond 2030 is grotendeels demografisch geluk. Het aantal leerlingen daalt tot ongeveer 2031 en stijgt daarna weer — in het basispad loopt het tekort richting 2040 opnieuw op. Wie in 2030 concludeert dat het probleem is opgelost, kijkt naar een demografisch dal, niet naar een gerepareerd systeem.

Kanttekeningen

Dit is een landelijk gemiddelde: de concentratie van tekorten in de grote steden (13,7% tegen 4,8% daarbuiten, oktober 2025) valt erbuiten. Werkdruk en imago zijn indices, gekalibreerd via proxy's. En de sterkte van de werkdrukspiraal is uit landelijke jaarcijfers maar beperkt te bepalen — de onzekerheidsmarges in de figuren dekken dat af, maar microdata op schoolniveau zou het beslechten. De uitkomsten zijn dan ook bedoeld als ordening van beleidsknoppen, niet als puntvoorspellingen.

Bronnen: DUO open data (leerlingen, prognoses, personeel), CBS StatLine (pabo-instroom, cao-lonen, werkdruk), OCW Trendrapportage Arbeidsmarkt Leraren 2025, Loopbaanmonitor onderwijs 2025 en Arbeidsmarktramingen onderwijs 2025.