Onlangs kreeg ik de eindopdracht in handen, die een student aan de ECHA-opleiding had geschreven. In haar onderzoek las ik dat 77% van de hoogbegaafde thuiszitters al op de basisschool uitvalt. Om deze gegevens in breder perspectief te plaatsen vroeg ik TeacherTapp om onder hun populatie leraren een uitvraag te doen naar hun ervaringen. Zij kwamen tot de volgende 3 vragen:

  1. Heb jij meegemaakt dat een leerling langdurig thuis kwam te zitten?
  2. Zijn er leerlingen in je klas, die liever wat vaker thuis en minder vaak in de klas zouden willen werken?
  3. Wat was de belangrijkste reden dat deze leerling thuis kwam te zitten?

Uitkomsten

In de antwoorden valt hier dus duidelijk op dat de leraren in het Voortgezet onderwijs (VO) veel vaker een leerling zagen uitvallen in hun klas, dan leraren in het basisonderwijs (PO). Wellicht heeft dit te maken met het feit dat leerlingen in het VO veel vaker uitvallen door psychische klachten (69% van de uitvallers):

In het PO verwacht ik dat in de 43% uitval met reden Anders een behoorlijk aandeel (ultra)hoogbegaafde kinderen zit. Ook zie je in de midden- en bovenbouw een hoger percentage leerkrachten, dat een thuiszitter heeft meegemaakt:

Ondanks al deze ervaringen baren de reacties van de leerkrachten op vraag 2 me wel zorgen. Op de vraag: Zijn er leerlingen in je klas, die liever wat vaker thuis en minder vaak in de klas zouden willen werken? antwoordden zij als volgt:

In de PO onderbouw speelt het nog wat minder, maar slechts 14% wil hier op enige manier rekening houden met het kind en naar een oplossing zoeken. In de rest van het PO en de onderbouw van het VO valt heel sterk op dat een vrij grote groep leerkrachten zeker weet dat het niet speelt of het onwaarschijnlijk acht. Een andere grote groep ziet de behoefte wel, maar staat het niet toe. Pas in de bovenbouw van het VO en in het MBO lijkt er wat ruimte te ontstaan om echt op de behoefte van deze leerlingen in te gaan. Daarnaast valt sterk op dat met name in het VO er vrijwel geen één leraar denkt dat deze behoefte niet speelt. Misschien is er een verband tussen ervaring met een thuiszitter en het zien van deze behoefte bij anderen? Al met al vind ik het grote percentage leerkrachten dat niet wil toestaan schokkend groot. In het PO 38% en in VO 50%. Opvallend is ook dat het speciaal onderwijs dit wel uit hun hoofd laat als ze zeker weten dat een kind liever wat vaker thuis werkt. 0%!

Met name leraren lijken liever niet in te gaan op individuele behoeften, terwijl bij teamleiders/bouwcoördinatoren het hoge percentage Waarschijnlijk niet opvalt en schoolleiders/directeuren wat oplossingsgerichter uit de verf komen.

Al met al is er denk ik nog een wereld te winnen om ook echt inclusief onderwijs te bieden voor deze kinderen. Het grote risico van geforceerde inclusiviteit (iedereen moet altijd meedoen) is juist dat het excluderend werkt voor deze groep en ze uiteindelijk ook meer risico lopen op uitval. De komende tijd ga ik me meer verdiepen in de risicofactoren, zodat we kunnen zorgen dat onderwijspersoneel meer kennis krijgt over deze groep kinderen.