
Een van de koppen uit PISA 2025: de daling zit vooral bij leerlingen uit welgestelde gezinnen, en de kloof tussen arm en rijk werd kleiner. De OESO spreekt van "a new phenomenon". Pedro De Bruyckere vat goed samen waarom dat volgens een nieuw working paper van Cobreros, Colomer, Correig-Fraga, Gortazar en Sayol vooral een meetprobleem is. Hij gaf die conclusie deze week zelf nog door in een vergadering.
Wat er gebeurde
De SES-index van PISA (ESCS) bestaat uit het beroep van de ouders, hun opleiding en de bezittingen thuis. In 2025 verdwenen de vragen naar soorten boeken thuis (klassieke literatuur, wetenschapsboeken, woordenboeken). Ervoor in de plaats kwamen vragen over woonvoorzieningen: stromend water, een logeerkamer, een zwembad, huishoudelijke hulp. Die oude boekvragen hangen sterk samen met prestaties, de nieuwe bijna niet (correlatie 0,20 tegen 0,05 met de wiskundescore). Daardoor kwam in 2025 een andere, zwakker presterende groep leerlingen in het hoogste kwartiel terecht.
Het technisch rapport van de OESO zegt zelf dat de index van 2025 geen trendschaal is. Volume I vergelijkt toch.
Bouw je de index in beide jaren met dezelfde zestien items, dan verdwijnt het patroon:
- De kloof in wiskunde groeit met 1,6 punten, in plaats van te krimpen met 11,2.
- Het aantal landen met een significant kleinere kloof daalt van 19 naar 1.
- Over 2015-2025 is de kloof licht gegroeid, niet gekrompen.
Het paper trekt de algemene daling niet in twijfel, is nog niet peer-reviewed en claimt niet dat de eigen index de enige juiste is. De auteurs zetten wel de volledige code en data online. Dat maakt nagaan makkelijk.
Nagerekend: Nederland
Ik draaide hun code en keek naar een claim die in veel Nederlandse analyses terugkomt, ook in de mijne: het hoogste SES-kwartiel verloor tussen 2015 en 2025 het grootste deel van zijn toplezers (niveau 5 en hoger). Met de officiële index kom ik exact op de OESO-cijfers uit. Daarna rekende ik opnieuw met de vergelijkbare index:
| Toplezers in het hoogste SES-kwartiel | 2015 | 2018 | 2022 | 2025 |
|---|---|---|---|---|
| Officiële index | 21,6% | 19,1% | 14,7% | 8,9% |
| Vergelijkbare index | 21,0% | 17,8% | 13,8% | 9,4% |
Voor Nederland maakt de meetwissel weinig uit. Het topverlies bij lezen is echt en loopt al tien jaar. Bij wiskunde en natuurwetenschappen overdrijft de officiële index het verlies in 2025 wel: in het hoogste kwartiel gaat het aandeel toppers wiskunde van 27,4% naar 27,2%, niet naar 26,0%.
Vlaanderen en België
Voor Vlaanderen kan ik de leerlingen alleen tot en met 2022 apart nemen; het schoolbestand van 2025 zit achter een registratie bij de OESO. De kwartielen zijn binnen Vlaanderen berekend.
| Toplezers per Vlaams SES-kwartiel | 2015 | 2018 | 2022 |
|---|---|---|---|
| Hoogste kwartiel, officiële index | 23,0% | 23,8% | 15,3% |
| Hoogste kwartiel, vergelijkbare index | 22,1% | 23,1% | 13,6% |
| Laagste kwartiel, officiële index | 3,9% | 2,7% | 2,5% |
| Laagste kwartiel, vergelijkbare index | 4,0% | 3,2% | 2,6% |
De Vlaamse top brak tussen 2018 en 2022, dus vóór de meetwissel. Op de vergelijkbare index is die breuk zelfs iets groter dan officieel. Bij wiskunde hetzelfde: toppers in het hoogste kwartiel van 36,3% naar 27,8%.
Voor de stap naar 2025 kan ik alleen België als geheel nemen:
| België, lezen, 2022 → 2025 | Officiële index | Vergelijkbare index |
|---|---|---|
| Gemiddelde laagste kwartiel | 425 → 433 (+8) | 427 → 433 (+6) |
| Gemiddelde hoogste kwartiel | 540 → 517 (−23) | 534 → 521 (−13) |
| Kloof hoogste − laagste | 115 → 84 (−31) | 107 → 89 (−19) |
| Toplezers hoogste kwartiel | 16,8% → 11,1% | 15,4% → 12,0% |
In België overleeft een deel van de officiële conclusie de herberekening: ook met de vergelijkbare index stijgt het laagste kwartiel en daalt het hoogste. De kloof wordt dus echt kleiner, alleen minder sterk: −19 in plaats van −31 punten. Hoeveel daarvan Vlaams is, kan ik pas zeggen als het schoolbestand van 2025 binnen is.
Wat je ermee moet
Het verhaal van "de rijke leerling die achteruitgaat" als nieuw, OESO-breed fenomeen is niet hard. Zoek de oorzaken van de daling dus niet specifiek bij bevoorrechte gezinnen: gemeten met een vaste meetlat daalt iedereen, en bij ouderopleiding daalt juist de onderkant het meest (−8 tegen +2 punten).
Dat wil niet zeggen dat de top geen probleem heeft. In Nederland en Vlaanderen is het verlies aan sterke lezers echt en ouder dan 2025. Dat probleem vraagt een eigen verklaring. Een meetfout is het niet.
Mijn eerdere analyse van de Nederlandse daling staat in De leesdaling ontleed.
Bronnen: Cobreros, L., Colomer, M., Correig-Fraga, E., Gortazar, L. & Sayol, I. (2026). Explaining the learning decline in PISA 2025 by socioeconomic quartiles through methodological changes. Working paper, EsadeEcPol, Wereldbank en Innovamat Research Lab. Code en data: github.com/Innovamat-Technology/pisa_2025. De Bruyckere, P. (24 september 2026). Een van de opvallendste conclusies uit PISA 2025 is misschien fout. Eigen herberekening op de publieke OESO-bestanden van PISA 2015-2025; standaardfouten met de 80 replicaatgewichten en tien plausible values. Data: Programme for International Student Assessment (PISA), Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD), Paris.
Reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste.
Reageer